Wachtelhund

Wachtelhund
Karakter

Hij is robuust, moedig en werkt op elk terrein, met name bos- en moerasgebieden. Het is een actieve speurder en opjager die zich thuis voelt in dicht struikgewas. Hij zoekt blaffend. Hij is gespecialiseerd in de jacht op klein wild. Ook wordt hij ingezet bij de jacht op schadelijk wild (vossen) en grote dieren. Hij apporteert goed en kan goed bloedsporen volgen van gewond wild. Hij is aanhankelijk, dus een geliefde gezelschapshond. Hij dient consequent te worden opgevoed.

Raskenmerken

Land van herkomst
Duitsland
FCI nr, sectie, groep
104, 02, Retrievers, Spaniels en Waterhonden
FCI Rasstandaard
Gewicht
Ongeveer 20 kg.
Schofthoogte
Reu: 48 tot 54 cm. Teef: 45 tot 51 cm.
Levensverwachting
12 tot 14 jaar
Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond.
Kleur
Effen donkerbruin, witte vlekken op de borst en de tenen, of met goudgele vlekken boven de ogen, op de snuit, de benen en rondom de anus. Effen in de kleuren vosrood, hertrood. Bruinschimmel: op een gespikkelde ondergrond (gemengd witte en bruine haren) heeft men vaak een bruine kop en bruine vlekken of bruine mantel over de gehele lengte van het lichaam. Wit/bruin bont (op witte ondergrond); lappendeken (gevlekte witte en bruin spikkelde ondergrond met bruine vlekken); driekleurig gespikkeld, gevlekt of lappendeken met goudgele vlekken als bij de effen gekleurden.
Achtergrond

Deze bij voorkeur op kwartels jagende Wachtelhund ("kwartelhond") is in 1890 in Duitsland gefokt door de fokker F. Roberth. Verschillende rassen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van deze spaniel. We noemen hier met name de Stöber, een oud Duits ras, en diverse langharige waterhonden. De Wachtelhund komt buiten Duitsland erg weinig voor.

Verzorging

Hij heeft ruimte en beweging nodig. Hij moet dagelijks geborsteld worden. De oren moeten regelmatig worden gecontroleerd.