Saluki
De Saluki is robuust, sterk, standvastig en een geduchte jager op zand- of rotsgronden. Dankzij zijn bliksemsnelle acceleratie is hij in staat gazellen te vangen. Hij is kalm, gevoelig en aanhankelijk. Hij is een plezierig gezelschap en is dol op kinderen. Hij is erg terughoudend tegenover vreemden en is dus een efficiënte waakhond. Aan zijn afkomst uit de woestijn ontleent hij zijn zelfstandig en onafhankelijk karakter. Hij heeft een zekere eigenzinnigheid in optreden maar ook een trouwe aanhankelijkheid aan zijn baas. Hij dient een consequente en kalme opvoeding te krijgen.
Raskenmerken
FCI Rasstandaard
Raskenmerken
De naam Saluki is waarschijnlijk afkomstig van de hellenistische dynastie van de Seleuciden, waarvan het immense koninkrijk rond 300 voor Christus liep van de Indus tot de Middellandse Zee. Deze koningen zouden de fokkerij van de bevederde windhonden hebben gestimuleerd. De Saluki zou naar Europa zijn gebracht door de Kelten, die hem gebruikten voor de jacht. Vanaf de tweede eeuw voor Christus werd hij door Romeinse veroveraars uit Griekenland mee naar Italië genomen. Hij is verwant aan de Afghaanse Windhond en de Sloughi. De Saluki was zeer geliefd bij de Arabische volkeren vanwege zijn vermogen om hun paarden bij te houden. Ook werd hij vergeleken met een valk, vanwege zijn talenten als jager op gazellen. De eerste Saluki arriveerde in Engeland in 1840 en werd "Perzische Windhond" genoemd. De Kennel Club heeft het ras in 1923 erkend. De Saluki blijft echter in aantal beperkt.
Als het moet kan hij in een appartement leven, maar hij heeft dagelijks lange wandelingen nodig en moet regelmatig kunnen rennen. Het is een propere hond. Twee keer per week borstelen is voldoende.